VOLGEND ARTIKEL >
< VORIG ARTIKEL
TERUG NAAR OVERZICHT

Ik stop ermee

Aan het eind van de sessie komt het hoge woord eruit. Een moe kindergezicht kijkt me zoekend aan hoe ik ga reageren. Als ik tegen haar zeg “wat goed dat je dat aangeeft” zie ik een spoor van opluchting.

Angst voor honden

We zijn al een tijdje met elkaar aan de slag rond het thema “angst voor honden”. Een traject van kleine stapjes aangepast op haar lage innerlijk tempo. Moedig gaat ze elke keer weer aan de slag en ervaart ze ook vooruitgang. Ze speelt weer buiten, gaat op pad met de fiets, steekt rustig over als ze een hond ziet en is aanspreekbaar voor overleg. Maar plotselinge confrontaties met een hond of een strand met loslopende honden is nog steeds echt heel eng.

Innerlijke grens

Aan het begin van het traject heb ik 2 belangrijke afspraken met haar gemaakt. Nee is nee als ze iets niet wil en dat ze alles mag zeggen. Ik doe dit omdat kinderen het graag goed willen doen. Als dit ‘goed willen doen” de overhand krijgt, gaat het kind onbewust over zijn eigen innerlijke grens heen. Bij I kan ik dit merken aan als haar verhalen niet overeen komen met haar non verbale uitstraling. Hierdoor voelde ik in de laatste sessie voor de zomervakantie al verwarring maar het duurde even voordat ik het kon duiden.

Verwarring

Een oefening die dan helpt dingen helder te krijgen is schalen. Ik vraag I in onze eerste sessie na de zomervakantie een matje neer te leggen voor het beginpunt van het traject, eentje voor hoe het nu met haar gaat en een matje voor haar eind punt. Deze oefening hebben we na de corona tijd ook gedaan. Waar ze toen alles helder wist te benoemen gooit ze nu de matjes wat argeloos neer en krijg ik op bijna alle vragen het antwoord “dat weet ik niet”. Gevoel van verwarring ontstaat bij mij als ze wel mijn laatste vraag beantwoord door te zeggen dat ze eigenlijk zelf het liefst een hond wil. Als ik daar op door vraag vertelt ze veel met woorden maar haar lijf en uitstraling doen niet mee.

Goed is goed genoeg

Dan vraagt ze of ik Famke heb meegenomen en ik stel voor een stukje te wandelen. Ik vraag aan haar of ze de lange lijn wil of de kortere. Tot mijn verbazing zegt ze de korte maar tegelijkertijd zie ik ook dat ook hier haar gezichtsuitdrukking niet “mee doet”. Als ik Famke uit de auto haal zie ik het al. Ze loopt meteen stappen achteruit en vraagt me waarom ik haar aanlijn met twee riemen. Ik vraag haar nog een keer of ze wel wil wandelen maar nu met toevoeging dat ieder antwoord goed is. Haar hoofd schudt nee. Famke stop ik terug in de auto en vraag haar of ze nog even wil kletsen. Ik pak het groene matje dat ze eerder had gekozen voor het eindpunt. Ik leg hem neer en vraag haar erop te gaan staan en te kiezen uit 3 mogelijkheden, verder gaan, een pauze periode inlassen of stoppen. Nogmaals benadruk ik ook hier dat alle antwoorden goed zijn ook al betekent dit voor mij als coach een wijze les dat ik moet verduren dat het zo goed genoeg is.

Met de keuze en het uitspreken van de woorden “ik ga stoppen” vallen meteen haar gezichtsuitdrukking en houding weer samen. Dit klopt. Samen vertellen we het nieuws aan mama. Opluchting verschijnt door haar vermoeidheid heen. Volgende week nemen we afscheid met taart en zeer welverdiend dapperheidsdiploma.